Als het kán, doe het (nu al) zelf. Dat is het beroep van de gemeente Horst aan de Maas op haar inwoners. “Begin bijvoorbeeld nu al met zorgen voor later, door bij het verbouwen van je huis rekening te houden met wat je later nodig hebt.”

De gemeente gaat daarnaast nóg nadrukkelijker in gesprek met inwoners over het inzetten van de eigen mogelijkheden om ondersteuning en zorg te organiseren. En waar mogelijk te betalen. Zo blijft hulp vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) beschikbaar en betaalbaar voor iedereen die het nodig heeft.

Kosten

Dit morele beroep is nodig, want de kosten voor ondersteuning en zorg blijven stijgen. En tegelijkertijd krijgt de gemeente steeds minder geld van de landelijke overheid, om dit te regelen. Wethouder Sociaal Domein Roy Bouten: “De situatie dwingt ons om kritische vragen te stellen: Waarvoor is onze ondersteuning bedoeld? Heeft iederéén recht op alles, of is overheidssteun juist bedoeld voor mensen die een huishoudelijke hulp, scootmobiel of traplift niet zelf kunnen betalen of organiseren? We willen dat niemand tussen wal en schip valt. Dat betekent dat we keuzes moeten maken. Daarbij hebben we te maken met wetten en regels. We mogen bij het toekennen van hulp geen rekening houden met de financiële situatie van de inwoner. En daar baal ik van. Want geld – of het gebrek daaraan – bepaalt voor een groot deel hoe kwetsbaar je bent.”

Moreel besef

Wat wel kan is het gesprek aangaan met inwoners om mee te werken aan oplossingen voor hun hulpvraag, aldus de wethouder. Dat geldt ook voor inwoners die nog jong, gezond of zelfstandig zijn. “Wacht niet tot het moment dat je ondersteuning nodig hebt. Want vroeg of laat kom je in een situatie waarin je op hulp wilt kunnen rekenen. Begin nu al met zorgen voor later, door bijvoorbeeld op www.langerthuiswonen.nu te checken of jouw huis toekomstklaar is. Met dit soort tips geven we onze inwoners de komende tijd inzicht én tools om zelf of in de omgeving oplossingen te vinden en organiseren.”

Hulpvraag

Ook inwoners die over hun hulpvraag in gesprek zijn met de gemeente, gaan iets merken. Wat er nodig is en wat mensen zelf nog kunnen, eventueel met behulp van hun omgeving, was al onderwerp van gesprek. “Nu willen we onze inwoners nóg meer bewust maken van het belang, misschien wel de noodzaak, om zelf mee te werken of betalen aan hulp. Het staat niet ter discussie of die hulp nodig is. Het is wél de vraag wie dat moet organiseren. Dát is wat we bedoelen met: als het kán, doe het zelf!”, aldus Bouten.

Samen anticiperen

Het beroep op het moreel besef is vooral een signaal. Er is meer nodig vindt Bouten: “Als we echt kritisch durven zijn, moeten we misschien nog hele lastige keuzes gaan maken. Dat gaan we samen doen met de gemeenteraad, inwonersinitiatieven en de burgeradviesraad.” Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden van de gemeente beperkt. De Rijksoverheid heeft al veel zaken vastgelegd, over hoe de gemeente de hulp aan inwoners moet organiseren. Zo werd in 2019 het abonnementstarief ingevoerd, dat bepaalt dat iedereen een vast tarief betaalt voor de eigen bijdrage aan Wmo-voorzieningen. Sindsdien is het aantal aanvragen voor Wmo-voorzieningen flink gestegen. “Door dit soort keuzes in Den Haag, staan we als gemeente met de rug tegen de muur”, aldus de wethouder. Daarom stuurt de wethouder, samen met andere gemeenten in Noord-Limburg, een brandbrief naar de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De brief is ook ondertekend door de zes andere gemeenten in Noord-Limburg.